De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm
voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die hoofdbewoner is en in wiens woning geen ander zijn
hoofdverblijf heeft;
De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm
voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die hoofdbewoner is en in wiens woning één ander zijn
hoofdverblijf heeft;
De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 0 procent van de gehuwdennorm
voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die hoofdbewoner is en in wiens woning twee of meer
anderen hun hoofdverblijf hebben.
Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een
ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
zijn inwonend kind of kinderen
zijn inwonende ouder of ouders
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3
- Toeslagen voor hoofdbewoners
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2010