Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
Wet werk en bijstand, hierna te noemen WWB en de Algemene wet
bestuursrecht, hierna te noemen Awb.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
gezinsnorm: de norm als bedoeld in artikel 21
lid 1 van de WWB.
hoofdbewoner: een persoon die de woning huurt
of in eigendom heeft;
medebewoner: een persoon, niet zijnde een ten
laste komend kind, die zijn hoofdverblijf in dezelfde
woning heeft als een of meer anderen en met geen van
deze andere(n) een gezamenlijke huishouding voert, dan
wel een persoon die als onderhuurder de woning bewoont.
Voor de toepassing van dit artikel worden gehuwden niet
beschouwd als medebewoners.
commerciële huurprijs: een huurprijs die
gelijk is aan de minimale huurprijs als genoemd in de
Huursubsidiewet
woonkosten:
Indien een huurwoning wordt bewoond: de op de
aanvangsdatum van het
lopende huursubsidietijdvak per maand geldende
huurprijs als bedoeld in de
Huursubsidiewet;
Indien een huurwoning in eigendom wordt bewoond:
de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de ten behoeve van de
financiering van de
woning verschuldigde hypotheekrente en de in
verband met het eigendom
hebben van de woning te betalen zakelijke
lasten, waarbij onder zakelijke lasten
wordt verstaan: de rioolrechten, het
eigenaarsdeel van de onroerende zaak
belasting, de opstalverzekering, het
eigenaarsdeel van de waterschapslasten
alsmede de kosten voor groot onderhoud en
indien van toepassing de kosten
van onderhoud c.v.-installatie en
liftinstallatie.
netto minimumloon: het netto minimumloon als
bedoel in artikel 37 van de wet.
Waar in deze verordening de begrippen gehuwden en gehuwdennorm
wordt gebruikt heeft deze dezelfde betekenis als "gezinsnorm",
als bedoeld in artikel 21 lid 1 van de WWB.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1
- Begripsbepalingen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2010