Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Gesprek

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Terneuzen 2017

1.. Het college onderzoekt zo spoedig mogelijk de hulpvraag. Dit gebeurt in een gesprek met de jeugdige of zijn ouders, door middel van vraagverheldering en vraagverdieping. Voor zover nodig komen de volgende onderwerpen aan bod: de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van algemene of vrij toegankelijke voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levens-overtuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.. Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek. 3.. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken. 4.. Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel