Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

PGB Woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hof van Twente 2017

1.. Het PGB voor aanschaf van een woonvoorziening is gelijk aan de kostprijs van de goedkoopst compenserende voorziening. 2.. De goedkoopst compenserende voorziening kan blijken uit een door het college goedgekeurde kostenbegroting of uit een door de gemeente met een gecontracteerde leverancier afgesloten overeenkomst. 3.. Het PGB wordt betaald aan de budgethouder, nadat deze een getekende opdracht-bevestiging dan wel factuur heeft overgelegd. 4.. Indien een PGB voor aanschaf van een voorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een PGB voor instandhoudingkosten worden toegekend. 5.. Het PGB voor instandhoudingkosten wordt achteraf op declaratiebasis betaald zolang de technische levensduur van de voorziening niet is verstreken en de kosten niet vallen onder garantiebepalingen van de leverancier. 6.. Instandhoudingskosten kunnen uitsluitend betrekking hebben trapliften, rolstoel- of sta – plateauliften, woonhuisliften, plateauliften, balansliften; tilliften, mechanisme voor een hoog / laag verstelbaar keukenblokken en elektromechanische openings - en sluitings-mechanismen van deuren; 7.. De hoogte van het PGB voor instandhoudingkosten is beperkt tot de werkelijk gemaakte kosten en is, indien van toepassing, gemaximeerd tot het tarief dat voor de van toepassing zijnde productcategorie door gecontracteerde leveranciers wordt gehanteerd. 8.. Het PGB in kosten van verhuizing bedraag € 2.689,00. 9.. Indien de begrote en goedgekeurde kosten van een bouwkundige of woontechnische ingreep aan de te verlaten woning meer bedragen dan € 15.000,00, bedraagt het PGB als bedoeld in het vorige lid 20 % van die begrote en goedgekeurde kosten.

Rechtspraak bij dit artikel