Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 23

Spreekrecht burgers bij meningsvormende commissievergaderingen

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie gemeente Moerdijk

Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Een burger kan maximaal vijf minuten het woord voeren. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van deze maximale lengte van de spreektijd. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit dan wel voorgenomen besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan, tenzij er sprake is van ruimtelijke plannen waarbij geen toepassing wordt gegeven aan het gestelde in de Verordening hoorcommissie ruimtelijke plannen gemeente Moerdijk; in die gevallen waarin er een hoorzitting als bedoeld in de Verordening hoorcommissie ruimtelijke plannen gemeente Moerdijk wordt gehouden; benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk voor 12 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De inspreker krijgt, nadat de beraadslaging in eerste termijn heeft plaatsgevonden, nog eenmaal de gelegenheid hierop te reageren. Het tweede en vijfde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel