Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Samenstelling, benoeming commissievoorzitter

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie gemeente Moerdijk

Een raadscommissie bestaat uit tenminste één lid van elke raadsfractie. Elke fractie heeft de mogelijkheid om met maximaal drie leden, waarvan desgewenst één burgerlid, deel te nemen aan de beraadslagingen in de commissievergadering. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, kunnen raadsleden zitting nemen in iedere commissie. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, worden burgerleden door de raad op bindende voordracht van de fractie benoemd. Voorafgaand aan deze benoeming worden de geloofsbrieven door de raad onderzocht. Na de benoeming in de raadsvergadering leggen burgerleden de eed of verklaring en belofte af zoals vastgelegd in artikel 14 van de Gemeentewet. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. Een burgerlid aanvaardt zijn benoeming schriftelijk en verklaart zich te houden aan de bepalingen zoals genoemd in deze verordening. Een burgerlid verklaart zich te zullen houden aan de gedragscode die voor de raad is vastgesteld, ten gevolge van artikel 15 lid 3 van de Gemeentewet. De raad benoemt uit zijn midden tenminste drie commissievoorzitters. De plaatsvervanging van de voorzitter vindt als regel plaats bij wijze van onderlinge vervanging door de voorzitters. Indien onderlinge vervanging niet mogelijk is, wijst de commissie op ad hoc basis een voorzitter uit zijn midden aan. De commissievoorzitter is geen lid van de raadscommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel