Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ Bernheze 2017

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2017. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ Bernheze 2017. Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van 2 februari 2017. Jan van den Oever griffier Marieke Moorman voorzitter Toelichting Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ Bernheze 2017 Algemeen Naleving van de regels op het gebied van sociale zekerheid is van essentieel belang. Fraude ondermijnt de geloofwaardigheid, houdbaarheid en het draagvlak van onze wet- en regelgeving. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom in handhavingsprogramma’s aangegeven hoe niet-naleving moet worden aangepakt en voorkomen. De koers die is uitgezet ten aanzien van fraude is gericht op een stevige aanpak. Artikel 8b Participatiewet geeft aan dat in het kader van het financiële beheer bij verordening regels moeten worden gesteld voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand/uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. In de opdracht van de regering ligt een duidelijke relatie met de Wet huisbezoeken, de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, de Beleidsregels boeteoplegging, de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, de Afstemmingsverordening en met de Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ. Deze Verordening handhaving legt de nadruk op het voorkomen van fraude en op welke wijze frauduleus gedrag wordt opgespoord. Hierbij wordt uitgegaan van het concept van Hoogwaardige Handhaving. Hoogwaardig handhaven kent vier samenhangende beleidslijnen die de kern vormen van het handhavingsbeleid: • instrumenten ter voorkoming van fraude (preventie) o het beter en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over rechten, plichten en handhaving; o het optimaliseren van de dienstverlening zonder belemmeringen, zodat de kans op spontane naleving wordt vergroot; • instrumenten gericht op aanpak van fraude (repressie) o vroegtijdige detectie en afhandeling van fraudesignalen, controle op maat; o bij constatering van fraude daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering). Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begrippen Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 2. Uitgangspunten hoogwaardige handhaving Deze bepaling regelt dat het college activiteiten gericht op handhaving vaststelt, met als uitgangspunt de principes van Hoogwaardig Handhaven. Instrumenten die inhoud geven aan Hoogwaardig Handhaven en die vorm krijgen in de activiteiten gericht op handhaving zijn: • Voorlichting: het goed en vroegtijdig informeren van belanghebbenden over hun rechten, plichten en handhaving in de bijstand. Bijvoorbeeld door middel van een informatiemap, een dienstverleningsgesprek of het opstellen van een contract (“polisvoorwaarden”). • Poortwachtersrol: het nagaan of aanvrager van bijstand ook daadwerkelijk recht heeft op een bijstandsuitkering of inkomensvoorziening, en of de hoogte daarvan correct wordt vastgesteld. Het uitgangspunt "werk boven uitkering" staat voorop. • Verificatie en validatie: controleren van de noodzakelijke gegevens aan de hand van bewijsstukken die door de belanghebbende worden overlegd. Teneinde zekerheid te krijgen omtrent de volledigheid van de gegevens en inlichtingen controleren bij externe instanties. • Afspraken met partners in de keten: met partners (UWV WERK-bedrijf en re-integratiebedrijven) om ons te informeren wanneer de belanghebbende zich niet houdt aan zijn verplichtingen. • Controle op statusformulier: bij gebruik van een statusformulier worden de bij ons bekende gegevens al ingevuld en hoeft de belanghebbende bij ongewijzigde situatie alleen maar te tekenen. Bij een wijziging vindt dan eventueel wél een onderzoek plaats. • Signaalsturing (controle op maat): volgen van belanghebbenden indien zaken opvallen die zouden kunnen duiden op frauduleus gedrag. • Risicoanalyse (controle op maat): het extra controleren van belanghebbenden met een verhoogd risicoprofiel. • Themacontrole: thematisch onderzoek naar groepen belanghebbenden waarbij vermoeden bestaat op een verhoogd risico van onrechtmatig gedrag (bijvoorbeeld belanghebbenden die parttime werkzaam zijn in de horeca). • Bestandsvergelijkingen: databases van publiekrechtelijke organisaties of die met een publiekrechtelijke taak. Een koppeling van het cliëntenbestand is er o.a. met die van het Inlichtingenbureau. Hierdoor is maandelijks te zien welke belanghebbenden inkomsten hebben waarover belasting wordt geheven. Witte fraude wordt hiermee zeer snel ontdekt en grotendeels voorkomen. Ook worden gegevens beschikbaar gesteld van UWV WERK-bedrijf, andere gemeenten, zorgverzekeraars en DUO (studiefinanciering). • Daadwerkelijk sanctioneren: snel en kort na geconstateerd verzuim daadwerkelijk sanctioneren (afstemmen van de uitkering). • Fraudealert personeel: investeren in de fraudealertheid van de klantmanagers, gericht op kennis, houding en vaardigheden. Artikel 3. Controlemiddelen In deze bepaling wordt de methodiek van de controle op fraude geregeld. Het bestrijden van fraude verlegt zich meer en meer naar het moment waarop de potentiële belanghebbende een beroep doet op uitkering. Een goede controle op de aanvraag voorkomt dat belanghebbenden ten onrechte in de uitkering komen. De controle wordt voorafgegaan door voorlichting en heldere communicatie over hoe het college handhaaft. Verder bepaalt dit artikel de wijze waarop fraude wordt bestreden tijdens de uitkeringsperiode. Middelen die hiervoor worden ingezet, zijn de bestandkoppelingen met bijvoorbeeld het Inlichtingenbureau. Ook worden bij de bestrijding risicoprofielen ingezet. Aan de hand hiervan kan beter worden ingeschat of een belanghebbende fraudegevoelig is. Zodoende kunnen voor de koppeling belanghebbenden worden geselecteerd die passen binnen een risicoprofiel. Artikel 4. Nadere regels bestuurlijke boete, terugvordering en verhaal van bijstand Er ligt een duidelijke relatie met de Beleidsregels boeteoplegging, de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive, de Afstemmingsverordening en met de Beleidsregels terugvordering- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ. In deze Handhavingsverordening ligt de nadruk op het voorkomen van fraude en op welke wijze de gemeente frauduleus gedrag opspoort. Artikel 5. Bijzondere situaties In de verordening zijn de hoofdlijnen van handhaving vastgelegd. Er kunnen zich echter concrete gevallen voordoen waarin de verordening niet voorziet. Dit artikel bepaalt dat het college in dergelijke situaties beslist in afwijking van de verordening. Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel