Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 3.

Artikel 23.

Algemene bepaling over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de raads- en commissievergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Beesel 2017

1.. Een stemming kan plaatsvinden bij hand opsteken of hoofdelijk. Een besluit kan ook zonder stemming worden genomen. In dat geval is er sprake van een hamerstuk. 2.. In een stemming bij hand opsteken wordt gekeken welke fracties vóór of tegen zijn, en aan de hand daarvan bepaalt de voorzitter de uitslag. Is de uitkomst daarvan onduidelijk dan kan alsnog tot een hoofdelijke stemming worden overgegaan. 3.. Bij een hoofdelijke stemming leest de griffier de namen van alle aanwezige leden op, waarbij ieder lid op het moment dat zijn of haar naam klinkt ‘voor’ of ‘tegen’ zegt. Als een lid zich vergist, kan de vergissing alleen worden hersteld voordat de volgende naam is afgeroepen. Als het lid de vergissing te laat bemerkt. Kan dit na afloop van de stemming wel worden vastgelegd, zonder dat het de uitslag beïnvloedt. 4.. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 5.. Aanvullend op het uitbrengen van hun stem, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden een stemverklaring geven die tevens in het verslag wordt opgenomen. 6.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 7.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel