**1..** De voorzitter stelt de aanwezige niet-raadsleden in de gelegenheid het woord te voeren over de op de agenda vermelde onderwerpen tijdens raads- en commissievergaderingen. Insprekers komen aan het woord voorafgaand aan het agendapunt waarop de inspraak betrekking heeft. Indien een inspreker wil inspreken op een onderwerp dat niet op de agenda staat, wordt dit ter goedkeuring voorgelegd aan het presidium. Inspraak vindt dan plaats voor aanvang van de vergadering.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
over de besluitenlijst.
**3..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk één werkdag vóór de dag van de vergadering schriftelijk bij de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres, telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
**4..** De voorzitter geeft het woord in volgorde van aanmelding. De voorzitter dan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de vergadering.
**5..** Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de insprekers als er meer dan 6 sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
**6..** De spreker voert het woord nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
**7..** De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 6:
Artikel 37.
Spreekrecht burgers tijdens vergadering
Onderdeel van Reglement van orde voor de raads- en commissievergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Beesel 2017