Naar hoofdinhoud
1.. De raad benoemt vier voorzitters voor de duur van de zittingsperiode van de raad. 2.. De raad is bevoegd de voorzitters te ontslaan in geval van vroegtijdig beëindigen van het raadslidmaatschap of om andere redenen. 3.. De voorzitters worden door de raad benoemd, met dien verstande dat per fractie maximaal één lid benoemd kan worden. 4.. De voorzitters zitten de commissievergaderingen roulerend voor. 5.. De voorzitters is geen lid van de commissie. 6.. Het presidium kan competentie-eisen voor de voorzitter vaststellen. 7.. De voorzitter is belast met het leiden van het gesprek, het handhaven van de orde en het doen naleven van de werkafspraken. 8.. De voorzitter verleent het woord.

Rechtspraak bij dit artikel