Naar hoofdinhoud
1.. De leden van het bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan de colleges, de gemeenteraden of aan de leden van de gemeenteraad verantwoording schuldig voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden, evenals gezamenlijk voor wat betreft het door hen gevoerde beleid. 2.. Het bestuur verstrekt aan de colleges, de gemeenteraden of aan leden van de gemeenteraad van de gemeenten, gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur uit te voeren en uitgevoerde werkzaamheden nodig is, alsmede alle overige inlichtingen waarom door één of meer leden van de colleges wordt verzocht. 3.. Een verzoek om informatie en/of inlichtingen wordt schriftelijk ingediend. De vragen worden binnen 30 dagen na ontvangst schriftelijk beantwoord. Deze termijn kan met ten hoogste 30 dagen worden verlengd; in dat geval wordt hiervan kennisgeving gedaan aan de indiener(s). 4.. De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht van de colleges. 5.. Het bestuur is verplicht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of het provinciebestuur deze van bericht en raad te dienen aangaande zaken welke de regeling betreffen. Zij zijn voorts bevoegd ongevraagd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of het provinciebestuur advies te geven of voorstellen te doen welke zij in verband met de regeling nodig achten.

Rechtspraak bij dit artikel