Aan het bestuur behoren onder meer de volgende taken en bevoegdheden:
het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen;
het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van het samenwerkingsverband, zulks met inachtneming van het bepaalde in de onderdelen "begroting" en "rekening en verantwoording" van deze regeling;
het vaststellen van de jaarlijks door de gemeenten te betalen bijdragen;
hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten, over zaken betreffende het samenwerkingsverband;
het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit;
het beheren van de inkomsten en de uitgaven van het samenwerkingsverband;
de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de administratie;
het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen;
het aanstellen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van het samenwerkingsverband;
het vaststellen van de voorwaarden en de instructies waaronder het personeel, werkzaam is in het samenwerkingsverband;
de aan- en verkoop van onroerende zaken voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
het aangaan van overeenkomsten in de zin van artikel 4 lid 2 onder i en j;
het aangaan van overige overeenkomsten noodzakelijk ter uitvoering van het in artikel 3 genoemde belang.
Hoofdstuk 3
Artikel 12