Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Verantwoording en informatieplicht

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Halte werk

1.. Een lid van het bestuur is aan het college, die dit lid heeft aangewezen, en zijn gemeenteraad verantwoording schuldig voor wat betreft het door hem gevoerde beleid. 2.. Een lid van het bestuur verstrekt aan het college, die dit lid heeft aangewezen, dan wel zijn gemeenteraad alle inlichtingen waarom door één of meer leden van het college of de gemeenteraad wordt verzocht. 3.. Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4.. Het afleggen van verantwoording als bedoeld in het eerste lid geschiedt op de wijze zoals door het college respectievelijk gemeenteraad wordt bepaald. 5.. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend. De vragen worden binnen 30 dagen na ontvangst schriftelijk beantwoord. Deze termijn kan met ten hoogste 30 dagen worden verlengd; in dat geval wordt hiervan kennisgeving gedaan aan de indiener(s). 6.. De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht van de colleges. 7.. Het bestuur is verplicht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of het provinciebestuur deze van bericht en raad te dienen aangaande zaken welke de regeling betreffen. 8. . Als onderdeel van de informatieplicht van het bestuur, als bedoeld in het derde lid, stuurt het bestuur binnen zes weken na afloop van een kwartaal een bestuursrapportage aan de raden van de gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. De rapportage na het vierde kwartaal geeft een voorlopig beeld van het afgelopen jaar.

Rechtspraak bij dit artikel