**1..** De geldmiddelen van het samenwerkingsverband bestaan uit:
de middelen ter dekking van de betaling van de uitkeringen op basis van de uit te voeren Wetten ten behoeve van de deelnemende gemeenten (programmakosten);
de bijdragen van de deelnemende gemeenten ter dekking van de betaling van de bedrijfsvoeringskosten;
de bijdragen van de deelnemende gemeenten ten behoeve van andere taken als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder i;
de bijdragen in verband met werkzaamheden ten behoeve van een andere gemeente als bedoeld in artikel 4, tweede lid onder j;
overige ontvangsten.
** 2. .** De middelen als bedoeld in het eerste lid onder a, worden door de deelnemers beschikbaar gesteld op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze middelen zullen jaarlijks voor het begrotingsjaar worden geraamd en maandelijks bij voorschot betaalbaar gesteld door de deelnemers. Binnen zes weken na afloop van een kwartaal vindt verrekening plaats.
** 3. .** De bijdragen van de deelnemers als bedoeld in het eerste lid onder b worden op basis van de begroting per kwartaal bij voorschot aan Halte werk overgemaakt. De definitieve afrekening vindt, op basis van nacalculatie van de vaste en variabele kosten, plaats na het vaststellen van de jaarrekening over het betreffende boekjaar. Eventueel teveel betaald voorschot wordt verrekend.
Hoofdstuk 6
Artikel 23
Samenstelling geldmiddelen
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Halte werk