Het college kan de uitkering tijdelijk weigeren naar de mate
waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van
artikel 8 van de Ioaw of de Ioaz zou hebben kunnen verwerven,
als:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een
dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel
678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en een persoon
ter zake een verwijt kan worden gemaakt, of
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van
een persoon zonder dat aan de voortzetting ervan
zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.
Het college kan de uitkering blijvend weigeren naar de mate
waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van
artikel 8 van de Ioaw van de Ioaz zou hebben kunnen verwerven,
als een persoon:
nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of
door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid
verkrijgt.
Hoofdstuk 6
Artikel 17.
Blijvend en tijdelijk weigeren Ioaw- of Ioaz-uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Overbetuwe 2017