Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017

1.. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar; a. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door 1 persoon, bedraagt het tarief € 209,34. b. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meerdere personen, bedraagt het tarief € 236,46. c. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht niet permanent mag worden bewoond of bestemd is voor de (recreatieve) verhuur, bedraagt het tarief € 236,46 d. Indien op het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht geen gebruik wordt gemaakt van een afvalbak, en ten aanzien waarvan wel een inzamelplicht bestaat, bedraagt de belasting per belastingjaar € 236,46 2.. De belasting als bedoeld in onderdeel 1.a,1.b en 1.c wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt): a. container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container met € 60,00; b. container, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met € 100,00;

Rechtspraak bij dit artikel