Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017

1.. In geval van onverantwoord snelle intering van het vermogen wordt een verlaging van 20% van de bijstandsnorm opgelegd voor de periode dat eerder of langer uitkering is verstrekt dan redelijkerwijs nodig zou zijn geweest, met een maximum van 24 maanden. 2.. In overige gevallen wordt een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet afgestemd op het benadelingsbedrag. 3.. De verlaging ingevolge het tweede lid wordt vastgesteld op: 20 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 2000,-; 50 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,- tot € 4000,-; 100 % van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4000,-. 4.. De verlaging wordt vastgesteld op 100 % van de bijstandsnorm gedurende een maand indien er sprake is van door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid in de periode voorafgaand aan de bijstand. 5.. In combinatie met de verlaging van lid 4 is het mogelijk om bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken op grond van artikel 48 lid 2 sub b van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel