Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Inhoud van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet IOAW en IOAZ Bernheze 2017

1.Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: a) naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; b) niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; c) worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht en d) niet leiden tot verdringing. 2.Het college motiveert de inzet van de tegenprestatie, waarbij tegemoet wordt gekomen aan het individueel en collectief belang.

Rechtspraak bij dit artikel