Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Verplichtingen

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening Bernheze 2017

1.Verzoeker doet aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het traject. 2.Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit: a.het tijdig verschijnen op een afspraak en het tijdig nakomen van afspraken; b.geen nieuwe financiële verplichtingen dan wel schulden aangaan; c.het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst en/of de bepalingen van het plan van aanpak schuldhulpverlening. d.het overleggen van een identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht e.het verlenen van toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang zijnde informatie in te winnen, en te verstrekken aan derden 3.De verzoeker kan door het college verplicht worden gesteld om zich naar vermogen in te spannen om zijn/haar inkomen te verhogen, dan wel de lasten te verminderen. Te denken valt hierbij aan: a.meewerken aan re-integratie en/of inburgering; b.betaald werk vinden of meer uren gaan werken. Dit geldt ook, voor zover van toepassing, voor de partner; c.meerderjarige kinderen leveren een financiële bijdrage aan de huishouding; d.indien autobezit niet noodzakelijk is, met uitzondering van een medische noodzaak of behoud van inkomen dan wel inkomensverwerving, deze auto te verkopen of in te ruilen tegen een goedkoper(e) auto of vervoermiddel, mits de noodzaak is vastgesteld; e.overige mogelijkheden om de financiële ruimte te vergroten, zoals een beroep doen op voorliggende voorzieningen, te benutten.

Rechtspraak bij dit artikel