1.Schuldhulpverlening kan door het college worden geweigerd indien:
a.verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn/haar verplichtingen zoals neergelegd in artikel 6 en 7 van de Wgs en/of van de verplichtingen zoals genoemd in artikel 4 nakomt;
b.er sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die is geconstateerd binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Bij het bepalen van deze termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels mee;
c.een aanvraag door toedoen of nalatigheid van de verzoeker is beëindigd of ingetrokken. De termijn hiervoor is zes maanden na datum van beëindiging;
d.een traject schuldregeling tussentijds is beëindigd (minnelijk en wettelijk). De termijn hiervoor is - afhankelijk van de fase waarin traject zicht bevindt – één tot drie jaar na datum van beëindiging;
e.schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 5 sub a, c, d, e of f. De termijn hiervoor is drie jaar na datum van beëindiging;
f.het wettelijke traject schuldsanering van de WSNP van toepassing is verklaard op verzoeker.
2.Alvorens, ingevolge lid 1 te besluiten tot weigering, wordt verzoeker de mogelijkheid geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. Als schuldeisers weigeren mee te werken, dan geldt deze hersteltermijn niet.
3.In afwijking van lid 1 onderdeel b, c, d, e of f kan het college andere producten dan schuldregeling aanbieden.
Artikel 6.
Hernieuwde aanvraag - Weigering - Hersteltermijn
Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening Bernheze 2017