Het college kan bepalen dat ten aanzien van een ambtenaar salarisverhogingen, als bedoeld in de CAR achterwege worden gelaten:
Gedurende de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van salaris in het belang van de ambtenaar, dan wel verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de in de CAR bedoelde verhoging;
Gedurende de tijd, waarin de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie is geschorst op grond van het bepaalde in de CAR, tenzij het college het tegendeel bepaalt;
Bij onvoldoende bekwaamheid, ongeschiktheid, of onvoldoende ijver vastgesteld aan de hand van een beoordeling.