Als de lijst genoemd in artikel 5 lid 1 niet toereikend is, kan het
college besluiten de aanvrager een Duurzaamheidslening toe te kennen,
indien uit de aanvraag blijkt dat met het treffen van de
duurzaamheidsmaatregelen aantoonbaar wordt bijgedragen aan een of meer
van de hiernavolgende beleidsdoelen:
een beperking van de energievraag, dan wel een vermindering van
CO2 uitstoot;
het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen in de
energievoorziening van de woning van aanvrager.