Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 19.

Vergoeding voor vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg

1.. In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd, welke bij afzonderlijke beschikking van het college wordt vastgesteld. 2.. De vergoeding bedraagt maximaal het aandeel van de gemeente in de vermogensvorming. Het aandeel van de gemeente betreft de verhouding tussen de subsidie van de gemeente waarmee is bijgedragen aan de vermogensvorming ten opzichte van de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. 3.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de economische waarde van de eigendommen en de andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. 4.. Indien het een onroerende zaak betreft, geschiedt de waardebepaling door één door het college in overleg met de subsidieontvanger aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 5.. Het college kan op een daartoe strekkend verzoek besluiten dat geen vergoeding is vereist, indien de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen. 6.. Ingeval sprake is van ontbinding van een rechtspersoon die subsidie heeft ontvangen, dan wel, naar het oordeel van het college, kennelijke beëindiging van de activiteiten en indien de instelling naar het oordeel van het college niet in staat is de eventueel resterende gelden of (on)roerende zaken in overeenstemming met de doelstelling van de subsidieontvanger aan te wenden, wordt het positieve liquidatiesaldo bij voorrang ter beschikking gesteld van de gemeente, indien een eventueel batig saldo van de door een accountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek opgestelde (liquidatie)rekening dit toelaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel