Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 32.

Citeertitel

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Emmen 2017

Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening gemeente Emmen 2017”. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 22 december 2016, de griffier, de wnd. voorzitter, H.D.Werkman G.J. Horstman Bijlage kaders begrotingswijzigingen Toelichting op gewijzigde Financiële verordening ex art 212 GW. Ten opzichte van de op 27 september 2012 vastgestelde verordening zijn de volgende aanvullingen en wijzigingen aangebracht: Artikel 1 Het begrip product is vervangen door taakveld. Dit is de nieuwe term volgens het nieuwe BBV. Artikel 2a Het artikel over de perspectiefbrief is nieuw. In de vorige verordening was geen artikel over de perspectiefbrief opgenomen omdat die toen nog als document nieuw was en zich nog moest bewijzen. Inmiddels is uitgesproken dat de perspectiefbrief van toegevoegde waarde is, maar wel op hoofdlijnen zal moeten zijn. Artikel 3 In lid 2 wordt (de huidige praktijk) vastgelegd dat het meerjarenperspectief grondexploitaties een bijlage bij de kadernota is. Artikel 5 Nieuw, volgens het BBV, voorgeschreven onderdelen van de financiële begroting zijn het overzicht overhead en vennootschapsbelastingplicht (zie lid 2). In de financiele begroting wordt een geprognosticeerde balans t+1 verwerkt. Dit is voorgeschreven volgens de nieuwe BBVen heeft te maken met het kunnen berekenen van het EMU-saldo. Met deze balans krijgt de raad meer inzicht in de ontwikkeling van onder meer de investeringen, het aanwenden van de reserves en voorzieningen en in de financieringsbehoefte. De balans voor het jaar t+1 moet tenminste de posten bevatten die nodig zijn om het EMU-saldo er eenduidig uit af te kunnen leiden. In de financiële begroting nemen wij nu al een hoofdstuk reserves en voorzieningen op. Dit stond nog niet vermeld in de oude verordening en is nu aan de nieuwe verordening toegevoegd. Lid 3 is nieuw. Dit geeft invulling aan de het belang dat steeds meer aan de schuldpositie van gemeenten wordt gehecht. Dit wordt nu expliciet in de verordening verwerkt. Lid 4 nieuw. Het BBV schrijft voor om bij de toelichting op de meerjarenraming informatie te geven over de ontwikkeling van het EMU-saldo, de EMU-norm en de afwijking ten opzichte van de referentiewaarde. Artikel 6 In artikel 6 wordt diverse malen over de kaders inzake begrotingswijzigingen gesproken. Dit zijn de kaders op basis van artikel 6 lid 3f. Zie de toelichting aldaar. In artikel 6 lid 3d is onderschrijdingen vervangen door onder- en overschrijdingen. In artikel 6 lid 3e stond in de oude verordening de oude term verzamelbesluit begrotingswijzigingen. De sinds enige tijd gehanteerde benaming is besluit begrotingswijzigingen. Tevens is maandelijks vervangen door periodiek. In artikel 6 lid 3f staat dat het college kaders opstelt inzake begrotingswijzigingen. De raad stelt deze kaders vast. Deze kaders zijn als afzonderlijke bijlage bijgevoegd. Artikel 9 Artikel 9 gaat over de Beraps. In de oude verordening stond dat in de Berap beleidsmatige informatie moet worden gegeven. In Berap-I wordt echter geen beleidsmatige informatie vanuit de programma’s gegeven. Bij Berap-II vindt dit wel plaats. De verordening is nu aangepast en op de praktijk toegespitst. Artikel 13 Er moet een nieuwe nota activabeleid worden opgesteld in verband met de activeringsplicht van activa met maatschappelijk nut. Artikel 14 In de oude verordening stond omschreven hoe de berekening van de voorziening voor oninbaarheid zou moeten plaats vinden. De oude tekst was als volgt: 1. Voor openstaande vorderingen betreffende activiteiten met een homogeen karakter zoals belastingvorderingen, huurvorderingen, rente en aflossing kredietbank wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van een percentage van de omzet (dynamische methode). 2. Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden. Hoe ouder de vordering, hoe hoger de voorziening. Omdat de wijze van berekenen in de praktijk afhankelijk is van de situatie is het minder wenselijk om dit vast te leggen in een verordening. De praktijk is dat er met de accountant afspraken worden gemaakt over de berekening. In de nieuwe verordening wordt de wijze van berekenen nu open gelaten. Artikel 16 Artikel 16 lid 1 is deels tekstueel gewijzigd in verband met het uniform hanteren van de begrippen uit het nieuwe artikel 16a. Bij de berekening van de tarieven worden bij onze gemeente ook de kosten van het kwijtscheldingsbeleid meegenomen. Dit leggen we nu ook vast in lid 2 van artikel 16. Ook wordt aangegeven de algemene overhead mee te nemen in de indirecte kosten en tarieven. Hiermee wordt een verband met artikel 19 gelegd. Lid 3 en 4 bevatten de kaders volgens het BBV voor resp. berekening van het tarief voor overhead en het percentage van de omslagrente. Artikel 16a In verband met de wet Markt en Overheid (die is ingebed in de Mededingingswet) is artikel 16 a als nieuw artikel toegevoegd. Het gaat daarbij om de basis voor de berekening van de tarieven voor de levering van goederen, werken en diensten voor zover de gemeente in concurrentie metmarkt-partijen treedt). Deze tarieven moeten gebaseerd zijn op de integrale kosten ten einde oneigenlijke bevoordeling te voorkomen. Artikel 19 Het oude artikel 19 is nu onderverdeeld in lid 1, 2 en 3. In de nieuwe BBV wordt alle overhead op één programma begroot en verantwoord. Voor lokale heffingen mag een gemeente kostendekkende tarieven berekenen en mag dus overhead meenemen in de berekening van de tarieven. In artikel 19 wordt nu geregeld dat zowel in de nota lokale heffingen als in de paragraaf lokale heffingen wordt toegelicht hoe de algemene overhead is meegenomen in de tariefsberekening. Artikel 20 Volgens de nieuwe BBV moet de gemeente specifieke informatie opnemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Dit betreft kengetallen inzake de financiële positie en informatie over de EMU-norm en de referentiewaarde. Dit is nu in de verordening verwerkt. Artikel 22 Op grond van de nieuwe BBV moet de EMU-norm worden opgenomen in een begrotingsparagraaf. De paragraaf financiering ligt het meest voor de hand. Dit zorgt ervoor dat er meer (verplichte) aandacht is voor het EMU-saldo in de beleidsvoorbereiding, de sturing en de beheersing. De raad kan meer grip uitoefenen op het EMU-saldo, onder meer omdat de relatie met de referentiewaarden beter kan worden gelegd. Voor de gemeente is het van belang te weten of de individuele referentiewaarden van het EMU-saldo die voor de individuele gemeenten bekend zijn, meerjarig worden overschreden. Omdat het consequenties heeft als de norm macro overschreden wordt, is het voor individuele gemeenten van belang om meerjarig op de individuele referentiewaarde te sturen. Artikel 23 In de nieuwe BBV is de paragraaf bedrijfsvoering optioneel en dus niet verplicht. Dit heeft te maken met het integraal opnemen van de kosten van overhead in één programma. Hierin is nog een keuze te maken. Artikel 24 In lid 4 staat de volgens het BBV voorgeschreven informatie inzake verbonden partijen. Artikel 25 In de oude verordening werd nog gesproken over “de systematiek van de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen in relatie tot de het risicoprofiel” Dit is gewijzigd in “het risicoprofiel”. In de oude verordening werd nog gesproken over “het risicoprofiel in relatie tot de reserve grondexploitaties”. Dit is gewijzigd in “het risicoprofiel”. Vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2016 de griffier, de voorzitter, H.D. Werkman B.R. Arends

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel