Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Verordening op de Amsterdamse Kunstraad 2016

1.. Het bestuurslidmaatschap van de kunstraad is onverenigbaar met een functie waardoor het lid bestuurlijk of financieel betrokken is, bij een A-Bis instelling die subsidie ontvangt, voornemens is opnieuw of voornemens is voor de eerste maal subsidie aan te vragen bij de gemeente Amsterdam in het kader van Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan of de op dat moment geldende regelgeving met betrekking tot de toekenning van subsidies in het kader van kunst en cultuur waarover door de kunstraad wordt geadviseerd. 2.. Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met het ambt van burgemeester of wethouder van Amsterdam of met deelname aan de gemeenteraad. 3.. Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met een aanstelling als ambtenaar bij de gemeente Amsterdam. 4.. Indien kwesties of aanvragen aan de orde komen waarbij een bestuurslid een belang anders dan in het eerste lid bedoeld heeft of kan hebben, neemt hij geen deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming over de betreffende kwestie of aanvraag. Hieronder wordt in ieder geval begrepen familierelatie in de eerste lijn. Bij twijfel over de vraag of deze situatie zich voordoet, besluit de voorzitter of het betrokken bestuurslid deel kan nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming over het betreffende onderwerp. Indien deze beraadslagingen en besluitvorming leiden tot een advies, wordt bij dat advies vermeld op welke wijze aan deze bepaling toepassing is gegeven. 5.. De kunstraad hanteert in aanvulling op de bepalingen in dit artikel een Gedragscode met betrekking tot de onafhankelijkheid van zijn leden.

Rechtspraak bij dit artikel