Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Verplichtingen, verbod.

Onderdeel van Ratten- en muizenverordening.

1.. De eigenaar en de gebruiker van een onroerende zaak, gelegen in de gemeente zijn, ieder voor zover zij gerechtigd zijn over die onroerende zaak te beschikken, verplicht ter voorkoming en ter beperking van schade, die door ratten en muizen kan worden berokkend aan eigendommen van personen en/of aan de gezondheid van personen en dieren, overeenkomstig de door het bestuursorgaan gegeven nadere regels: in of op die onroerende zaak verdelgingsmiddelen uit te leggen of er voor zorg te dragen, dat deze aldaar worden uitgelegd en deze uitgelegd te houden; in of op die onroerende zaak vangmiddelen te plaatsen en in stand te houden; voorzieningen aan of met betrekking tot die onroerende zaak te treffen, teneinde de aanwezigheid en/of het binnendringen van ratten en muizen tegen te gaan. 2.. Het is de in het eerste lid bedoelde personen verboden eetbaar afval buiten gebouwen aanwezig te hebben, tenzij het voor ratten en muizen ontoegankelijke plaatsen zijn. 3.. De verplichtingen, omschreven in het eerste lid, en het verbod, vervat in het tweede lid, gelden eveneens voor de eigenaar, de gebruiker of de gezagvoerder van een schip, ten aanzien waarvan de in verband met het internationaal verkeer gegeven en geldende voorschriften betreffende de bestrijding van ratten en muizen ter bewaring van de gezondheid niet van toepassing zijn.

Rechtspraak bij dit artikel