** 1. .** De exploitant van een horeca-inrichting, die over een exploitatievergunning voor een inrichting van vermakelijkheid als bedoeld in artikel 2:15 beschikt, mede ten behoeve van het exploiteren van een terras, komt in aanmerking voor het gebruik van een openbare plaats voor het plaatsen en exploiteren van een tijdelijk terras, voor zover hij daarmee samen met het volledige gebruik van zijn terras hetzelfde aantal zitplaatsen van dit terras kan exploiteren, en waarbij aan het Protocol wordt voldaan.
** 2. .** De exploitant van een horeca-inrichting, die over een exploitatievergunning voor een horeca-inrichting als bedoeld in artikel 2:15 beschikt, maar geen terras exploiteert, komt in aanmerking voor het gebruik van een openbare plaats ten behoeve van het plaatsen en exploiteren van een tijdelijk terras.
** 3. .** De exploitant, bedoeld in het eerste of tweede lid, kan bij de burgemeester een melding indienen.
** 4. .** Bij de melding wordt een situatietekening van de horeca-inrichting, het reeds vergunde terras en de gewenste openbare plaats voor het innemen als tijdelijk terras gevoegd. De situatietekening is op schaal gemaakt.
** 5. .** In de melding wordt verklaard, dat aan de regels van het Protocol zal worden voldaan, waaronder het in acht nemen van de afstandsnormen.
** 6. .** De situatietekening is voorafgaand aan de indiening van de melding afgestemd met de gebruikers van de omliggende panden. Bewoners van de panden waarvoor het tijdelijke terras wordt geplaatst, hebben voorafgaand aan de indiening van de melding ingestemd met de melding.
** 7. .** Exploitanten van horeca-inrichtingen, die in dezelfde straat of in hetzelfde gebied zijn gevestigd, kunnen een gezamenlijke melding met een situatietekening indienen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 16.