Zoals bepaald in artikel 12, eerste lid van de Verordening beoordeelt de consulent of de cliënt voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een persoonsgebonden budget. Naar oordeel van de consulent dient de cliënt op eigen kracht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, en in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Naar oordeel van de consulent is hiervan in ieder geval geen sprake als de cliënt dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger niet het vermogen heeft om een overeenkomst aan te gaan, een ondersteuner in de praktijk aan te sturen en de administratie bij te houden.
Als de cliënt de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert met hulp van de betrokken ondersteuner, diens personeel of op een andere wijze aan de ondersteuner verbonden persoon, kan het college een persoonsgebonden budget weigeren op grond van belangenverstrengeling. Het belang van degene die de ondersteuning met het persoonsgebonden budget biedt mag namelijk nadrukkelijk niet boven het belang van de cliënt staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een persoonsgebonden budget te kiezen.
Naar oordeel van de consulent dient gewaarborgd te zijn dat de met een persoonsgebonden budget in te kopen maatwerkvoorziening van voldoende kwaliteit is. Dit wil zeggen dat de maatwerkvoorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt en in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend. Hiertoe levert de cliënt een ondersteunings- en budgetplan aan, waarin de cliënt samen met de ondersteuner afspraken inzake de gewenste ondersteuning vastlegt. In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk:
waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;
welke doelen met de ondersteuning worden nagestreefd;
wie het persoonsgebonden budget gaat beheren;
waarom hij de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wilt ontvangen;
wat de ondersteuning kost; en
hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd.
Op grond van artikel 2.3.9, eerste lid van de wet is het college bevoegd om besluiten te heroverwegen. Bij een heroverweging evalueren de consulent en de cliënt samen de met het persoonsgebonden budget behaalde resultaten en de daaraan verbonden voorwaarden. Ook de vraag of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen heeft voldaan komt hierbij aan bod.
Artikel 11.1
Beoordeling van de wettelijke voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2017