Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Reservering en vrijval niet bestede budgetten

Onderdeel van Financiële verordening Leeuwarden 2017

1.. Uitgangspunt is dat niet bestede (jaargebonden) budgetten bij de jaarrekening vrij vallen ten gunste van het rekeningresultaat. 2.. Jaaroverstijgende budgetten, zoals investeringskredieten en voorzieningen, vallen vrij in het jaar dat de middelen niet meer benodigd zijn voor het doel waarvoor ze beschikbaar gesteld waren. Bij de jaarrekening en tussentijdse rapportage informeert het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad over de stand van zaken. 3.. In de onderstaande situaties worden in afwijking van het gestelde onder lid 1 de niet bestede middelen gestort in een reserve ‘budgetoverheveling’: Van andere overheidslichamen ontvangen incidentele middelen voor een bepaald doel zonder bestedingsverplichting, maar waar wel een nadrukkelijke politieke wens van de gemeenteraad is om de middelen voor het aangegeven doel aan te wenden. Door de gemeenteraad voor een of meerdere jaren beschikbaar gestelde incidentele middelen voor een specifiek doel, waarbij het wenselijk is dat de niet bestede middelen besteed kunnen worden aan dit specifieke doel in het volgende dienstjaar. Het niet bestede incidentele deel van de in artikel 5 lid 4 bedoelde onderuitputting op kapitaallasten van investeringskredieten voor informatisering en automatisering, voor zover hier budgettaire verplichtingen voor zijn aangegaan. Het niet bestede deel van het budget Impuls Sociale Investeringen (ISI). 4.. Bij de tussentijdse rapportage en de jaarrekening geeft het college van burgemeester en wethouders een duidelijk inzicht in de omvang en samenstelling van de reserve budgetoverheveling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel