**1..** Aan het begin van elke nieuwe raadsperiode wordt het financiële kader - zoals vastgelegd in het collegeprogramma - vertaald in de meerjarenraming die samenvalt met deze raadsperiode; halverwege de raadsperiode wordt het financiële kader heroverwogen in een tussentijdse evaluatie.
**2..** Alleen op de twee in lid 1 genoemde momenten vindt een integrale afweging plaats van nieuw beleid.
**3..** Het college van burgemeester en wethouders informeert de gemeenteraad in het voorjaar door middel van een raadsbrief over de financiële positie.
**4..** De financiële positie uit lid 3 is gebaseerd op ongewijzigd beleid en mutaties die een onontkoombaar karakter hebben (mee- en tegenvallers).
**5..** Als de financiële positie uit de in lid 3 genoemde raadsbrief daartoe aanleiding geeft, kan het college van burgemeester en wethouders bezuinigingsvoorstellen doen.
**6..** In de ontwerpbegroting wordt een post voor incidentele onvoorziene uitgaven opgenomen van minimaal € 1,10 per inwoner.
**7..** Het college van burgemeester en wethouders legt een structureel sluitende ontwerpbegroting aan de gemeenteraad voor. Van een structureel sluitende begroting is sprake als de laatste jaarschijf van de meerjarenraming een positief of neutraal saldo laat zien en eventuele tekorten in de voorgaande drie jaren opgevangen kunnen worden ten laste van de algemene reserve zonder dat deze de benodigde ondergrens overschrijdt. Deze ondergrens wordt bepaald in de kader van de minimaal benodigde weerstandscapaciteit voor het opvangen van financiële risico’s en staat in de paragraaf weerstandsvermogen.
**8..** Bij het vaststellen van de primitieve begroting van het jaar ‘t + 1’ in het jaar ‘t’ worden de gevolgen van de na 1 juli in het jaar ‘t’ door het Rijk uitgebrachte circulaires niet meer meegenomen. De gevolgen hiervan worden verwerkt in de financiële positie van de begroting van het jaar ‘t + 2’.