Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar afgeschreven.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Voor het afschrijven van de vaste activa worden de methoden en termijnen gehanteerd zoals vermeld in bijlage I behorend bij deze verordening. Uitgangspunt is dat er lineair afgeschreven wordt. Bij activa met economisch nut waar tevens sprake is van een restwaarde, vindt geen afschrijving plaats over de restwaarde. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om in het kader van een goed financieel beheer tussentijds wijzigingen in bijlage I aan te brengen. Het college maakt pas gebruik van de voorgaande bevoegdheid, nadat de Auditcommissie is geïnformeerd over het voornemen tot wijziging van bijlage I en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Van de in bijlage I vermelde termijnen kan naar beneden toe worden afgeweken indien de technische of economische levensduur daartoe aanleiding geeft. Langere afschrijvingstermijnen zijn niet toegestaan.
Geactiveerde kosten als gevolg van renovaties en restauraties worden afgeschreven over een looptijd die overeenkomt met de resterende economische levensduur.
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden bij voorkeur niet geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Aanpassingen in de afschrijvingstermijnen zoals genoemd in bijlage I gaan in vanaf het moment dat deze verordening van kracht wordt en zijn niet van toepassing op reeds bestaande materiële vaste activa.
Er wordt gestart met afschrijving zodra een investering nut afwerpt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.Waardering en afschrijving vaste activa
Artikel 9.Waardering en afschrijving vaste activa
Onderdeel van Financiële verordening Leeuwarden 2017