Naar hoofdinhoud

Artikel 5b:

Toekenning individuele voorziening via pgb (persoonsgebonden budget)

Onderdeel van Verordening jeugdhulp Doetinchem 2017

1.. Het college verstrekt alleen een individuele voorziening in de vorm van een pgb als de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake, dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken van goede kwaliteit is. 2.. De beoordeling van de kwaliteit van de in te zetten hulp vindt plaats aan de hand van een vooraf in te dienen zorg- en budgetplan. 3.. De hoogte van een pgb: Wordt bepaald aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het pgb gaan besteden Is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen, en Bedraagt niet meer dan het gemiddelde tarief minus een percentage voor overheadkosten van de door de gemeenten in de Achterhoek gecontracteerde individuele voorziening in natura, tenzij dit tarief onder het laagste gecontracteerde zorg in natura tarief komt 4.. Het college stelt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning de hoogte van de tarieven vast. 5.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: Dat deze persoon een lager tarief betaald kan krijgen voor zijn diensten dan door het college in het Besluit MO vastgesteld tarief voor professionele zorgverleners. Dit lagere tarief wordt door het college in het Besluit MO vastgesteld; Dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt; Dat deze persoon uit het sociaal netwerk op geen enkele wijze druk heeft uitgeoefend op de ontvanger van het pgb bij diens besluitvorming; Dat de ondersteuning van het sociale netwerk leidt tot betere of efficiëntere ondersteuning dan andere of professionele hulp, met het oog op de te bereiken resultaten; Dat degene uit het social netwerk - met uitzondering van de gezaghebbende ouders van de minderjarige - beschikt over een Verklaring omtrent gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 4.1.6. van de Jeugdwet; 6.. Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel