Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Verplichtingen en vaststellen hoogte persoonsgebonden budget diensten en beschermd wonen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2017

1.. De cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een persoonsgebonden budget is verplicht om een ondersteunings- en budgetplan op te stellen. 2.. De cliënt sluit met degene aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed, een door het college én de Sociale verzekeringsbank goed te keuren schriftelijke overeenkomst. Daarbij wordt (bij voorkeur) gebruik gemaakt van de toepasselijke modelovereenkomst die de Sociale verzekeringsbank ter beschikking stelt. 3.. De hoogte van een persoonsgebonden budget is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning van derden te betrekken. 4.. De maximum hoogte van een persoonsgebonden budget is het gemiddelde van toepassing zijnde tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door de door de gemeente gecontracteerde aanbieders minus een percentage voor de overheadkosten, en bedraagt niet minder dan het laagst van toepassing zijnde tarief dat hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 5.. Het college hanteert gedifferentieerde tarieven rekening houdend met professionele ondersteuners en ondersteuning van personen die behoren tot het sociaal netwerk. 6.. De hoogte van het persoonsgebonden budget (tarief) dat wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk is in ieder geval lager dan de hoogte van het persoonsgebonden budget (tarief) voor professionele ondersteuners. 7.. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 8.. Het college stelt de hoogte van het persoonsgebonden budget (tarief) voor beschermd wonen vast op basis van de indicatie rekening houdend dat de cliënt zelf woonkosten verschuldigd kan zijn. 9.. Als de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen het persoonsgebonden budget (nog) niet besteedt aan een beschermende woonomgeving als bedoeld in artikel 11 van deze Verordening, stelt het college de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van de individuele situatie. 10.. Het college stelt de maximale tarieven voor persoonsgebonden budgetten als bedoeld in dit artikel vast in nadere regels.

Rechtspraak bij dit artikel