Het instrument, aanwijzing van een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteiten als zijnde vergunningplichtig, wordt beschouwd als ultimum remedium. Het instrument zal zorgvuldig en terughoudend worden ingezet. Ter verduidelijking:
in eerste instantie zal toepassing beperkt blijven tot een pandsgewijze inzet naar aanleiding van strafbare feiten;
alleen als er sprake is van een ernstige structurele problematiek in een branche of gebied, kan het college gebruik maken van haar bevoegdheid om een gebied of bedrijfsmatige activiteit aan te wijzen. Bij de aanwijzing van een bedrijfsmatige activiteit zal altijd eerst worden overwogen of de aanwijzing kan worden beperkt tot een gebouw, gebied dan wel meerdere gebieden. Bij de aanwijzing van een gebied zal altijd eerst worden overwogen of de aanwijzing kan worden beperkt tot een of meer nader te bepalen bedrijfsmatige activiteiten;
voor de aanwijzing van een gebied of bedrijfsmatige activiteit geldt een strikt toetsingskader:
de openbare orde en het woon- en leefklimaat in het gebied staan onder druk;
er is sprake van een onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat;
de aanwijzing is noodzakelijk voor het bestrijden van de problematiek in de branche of het gebied en de omvang van het aangewezen gebied reikt niet verder dan strikt noodzakelijk (noodzakelijkheidscriterium);
de inzet van andere instrumenten in het gebied biedt geen uitkomst (subsidiariteitcriterium);
het instrument is van toegevoegde waarde op de reeds ingezette aanpak (geschiktheidscriterium); en,
het belang van de verbetering van de problematiek in het gebied rechtvaardigt de aanwijzing (proportionaliteitsbeginsel).
een aanwijzingsbesluit als bedoeld in dit artikel vindt plaats voor een periode van twee jaar. Na afloop van deze periode besluit het college tot verlenging van het aanwijzingsbesluit met nogmaals twee jaar of tot het vervallen verklaren van het aanwijzingsbesluit.
Artikel 1.