**1..** Ieder lid kan aan de voorzitter schriftelijk vragen stellen.
**2..** De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen
van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven
of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**3..** De vragen worden via de griffier bij de voorzitter van de commissie
ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig
mogelijk ter kennis van de overige leden van de commissie worden
gebracht.
**4..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn
binnengekomen.
**5..** Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
commissievergadering.
**6..** Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden,
krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij
aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal
vinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
**7..** De antwoorden worden via de griffier door de voorzitter aan de leden
van de commissie medegedeeld.
**8..** De vragen en antwoorden worden zo mogelijk gelijktijdig met de
stukken als bedoeld in artikel 13 aan de leden van de commissie
toegezonden.
**9..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende commissievergadering en bij mondelinge beantwoording
in dezelfde commissievergadering, na de behandeling van de op de
agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent
het gegeven antwoord.