Naar hoofdinhoud
1.. De cliënt doet een verzoek tot vergoeding van het geldbedrag of de vergoeding voor cadeau(s) bedoeld in artikel 5 lid 2, door indiening bij het college van het daarvoor vastgestelde declaratieformulier. 2.. De cliënt voegt aan het declaratieformulier bewijsstukken toe in de vorm van betaalbewijzen, bank- of giroafschriften, bon van leverancier of dienstverlener waarop de kosten duidelijk staan omschreven. 3.. De cliënt kan een verzoek tot vergoeding indienen vanaf de ingangsdatum van de toekenningsbeschikking bedoeld in artikel 2 tot en met twaalf maanden na afloop van deze datum. 4.. De cliënt kan maximaal één keer per jaar een verzoek tot vergoeding indienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel