Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.

Vormen van jeugdhulp

Onderdeel van Nadere regels behorende bij de Verordening Jeugdhulp Gooise Meren 2016

1.. Het te bereiken resultaat is leidend voor de inzet van voorzieningen. 2.. De beschikbare voorzieningen bestaan in principe uit voorzieningen die geboden worden door partijen die door de gemeente gecontracteerd zijn. 3.. Wanneer mogelijk, wordt ingezet op overige, vrij toegankelijke voorzieningen, bestaande uit informatie en advies over opvoeden/opgroeien welzijnsactiviteiten kindertelefoon jeugdgezondheidszorg 4.. Het college kan een individuele voorziening toekennen indien cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie door gebruik te maken van: a. eigen kracht en/of; b. gebruikelijke hulp en/of; c. mantelzorg en/of; d. hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk en/of vrijwilligerszorg; e. andere voorzieningen en/of; f. overige voorzieningen. 5.. Het gaat om voorzieningen die na doorverwijzing toegankelijk zijn, bestaande uit: ambulante hulpverlening dagbehandeling pleegzorg residentiële zorg crisishulp 6.. Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover met betrekking tot de jeugdige een verwijzing zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid van de verordening Jeugdhulp is afgegeven. 7.. De vormen van jeugdhulp, inclusief de partijen waarmee contracts- of subsidierelaties zijn aangegaan voor het bieden van overige en individuele voorzieningen, worden genoemd in de bijlage bij deze nadere regels en (nader uitgewerkt) op de website van de regio Gooi en Vechtstreek/Jeugd. 8.. Indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de goedkoopste voorziening toe. 9.. Wanneer het college na het onderzoek geen individuele voorziening toekent, legt het college dit vast in een beschikking wanneer cliënt daarom verzoekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel