Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 4.

Hoogte PGB

Onderdeel van Nadere regels behorende bij de Verordening Jeugdhulp Gooise Meren 2016

1.. Wanneer cliënt ondersteund wordt via een PGB, geldt dat het PGB uitsluitend wordt gebruikt voor het betrekken van ondersteuning ten behoeve van het in de beschikking vastgelegd resultaat. 2.. De hoogte van het PGB wordt op maat vastgesteld. Het tarief voor een PGB is gebaseerd op een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het PGB gaan besteden; is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura (maximum) en het minimum loon (minimum). 3.. Wanneer met het PGB door de cliënt zorg wordt ingekocht bij een professional, geldt dat het budget maximaal 90% van de hoogte van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura bedraagt. 4.. Wanneer cliënt niet-professionele ondersteuning verwerft, wordt de hoogte van het PGB bepaald aan de hand van het geldend minimum uurloon voor werknemers. 5.. Indien het tarief van de door de cliënt gewenste aanbieder hoger is dan de kostprijs van de individuele voorziening in natura, dan blijft de hoogte van het PGB gelijk aan het tarief dat is bepaald op basis van de hierboven genoemde punten. 6.. Het PGB is niet bedoeld voor begeleiding- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget. Ook tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het PGB mogen worden betaald. 7.. Voor het verkrijgen van een PGB kan het vergaren van één of meerdere offertes door de jeugdige of zijn ouders verplicht worden gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel