Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van NADERE REGELS BEHORENDE BIJ DE VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GOOISE MEREN 2016

1.. Met uitzondering van de rolstoel en een maatwerkvoorziening hulpmiddelen voor jeugdigen tot 18 jaar, is de cliënt voor het gebruik van een maatwerkvoorziening een bijdrage in de kosten verschuldigd. 2.. Conform artikel 2.1.4. van de wet wordt de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb, met uitzondering van die voor opvang, vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK. 3.. De bedragen die gelden voor een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 onder a van de verordening, zijn gelijk aan de maximale bedragen zoals opgenomen in artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Deze bedragen worden, onverminderd artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, jaarlijks gewijzigd bij ministeriële regeling aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. 4.. De bedragen die gelden voor een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 7 lid 2 onder b en c van de verordening, vallen binnen de kaders zoals gesteld in artikel 3.10 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedragen nooit meer dan de werkelijke kostprijs van het verblijf. 5.. Wanneer cliënt via het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer gecompenseerd wordt (Wmo-taxi) dan is er geen sprake van een bijdrage in de kosten zoals bedoeld in lid 1 tot en met 4 van dit artikel. Er is dan sprake van een reizigersbijdrage (per zone) die overeenkomt met de geldende tarieven van het reguliere openbaar vervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel