Vergunningen, zoals bedoeld in art. 2, lid 1, van de Bomenverordening (kapvergunningen) worden, voorzover zij betrekking hebben op het vellen van een erfsingel of deel daarvan, uitsluitend verleend indien de aanvraag betrekking heeft op een singel die gekapt moet worden omdat er een bouwwerk, uitrit, kavelpad of ander werk gepland is waarvoor de bouw- of aanlegvergunning verleend is of omdat het kappen van de singel wegens ziekte of veroudering noodzakelijk is.