Bij erfuitbreiding of -wijziging in situaties waarin geen vergunning zoals bedoeld in art. 2, lid 1 van de Bomenverordening (kapvergunning) vereist is, worden de onder b) genoemde voorschriften (m.u.v. de bepalingen over het uitvoeren van de kapwerkzaamheden) aan de vergunning op grond van art. 25, lid 1, sub a, van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2004' aanlegvergunning) verbonden.