De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 7 en 8, wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
50% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm of grondslag gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 9.
Hoogte en duur van de verlaging.
Onderdeel van Verordening Handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017