Een raadslid streeft ernaar benodigde feitelijke informatie
zo veel mogelijk in rechtstreeks contact met ambtenaren te
vergaren. De ambtenaar kan het raadslid mondeling, via de
e-mail of via een memo ‘technische vragen’ antwoord
geven.
Indien verstrekking van de feitelijke informatie niet naar
tevredenheid van het raadslid heeft plaatsgevonden,
kan:
het verzoek aan de secretaris worden voorgelegd. Deze
bevordert dat beantwoording naar tevredenheid alsnog
plaatsvindt. Indien naar het oordeel van het raadslid nog
steeds geen sprake is van informatieverstrekking naar
tevredenheid, kan:
het lid in een raadscommissie verzoeken adequate
beantwoording te bevorderen. Het raadslid onthoudt zich
hierbij van het noemen van namen van ambtenaren en van het
doen van andere tot personen herleidbare opmerkingen. De
voorzitter van de betreffende raadscommissie ziet hierop
toe.
Beantwoording in het geval van het tweede lid onder b
geschiedt na toezegging van het college via een memo van
antwoord aan de commissie.
Als ultimum remedium kan het raadslid in de raadsvergadering
verzoeken om verstrekking van de gewenste feitelijke
informatie. Het college heeft hierbij een zorgplicht tot het
zoveel per mogelijk omgaand verstrekken van de gewenste
feitelijke informatie.
Artikel 6
Procedure bij vragen om feitelijke informatie
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand (2010)