Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedure bij vragen om feitelijke informatie

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand (2010)

Een raadslid streeft ernaar benodigde feitelijke informatie zo veel mogelijk in rechtstreeks contact met ambtenaren te vergaren. De ambtenaar kan het raadslid mondeling, via de e-mail of via een memo ‘technische vragen’ antwoord geven. Indien verstrekking van de feitelijke informatie niet naar tevredenheid van het raadslid heeft plaatsgevonden, kan: het verzoek aan de secretaris worden voorgelegd. Deze bevordert dat beantwoording naar tevredenheid alsnog plaatsvindt. Indien naar het oordeel van het raadslid nog steeds geen sprake is van informatieverstrekking naar tevredenheid, kan: het lid in een raadscommissie verzoeken adequate beantwoording te bevorderen. Het raadslid onthoudt zich hierbij van het noemen van namen van ambtenaren en van het doen van andere tot personen herleidbare opmerkingen. De voorzitter van de betreffende raadscommissie ziet hierop toe. Beantwoording in het geval van het tweede lid onder b geschiedt na toezegging van het college via een memo van antwoord aan de commissie. Als ultimum remedium kan het raadslid in de raadsvergadering verzoeken om verstrekking van de gewenste feitelijke informatie. Het college heeft hierbij een zorgplicht tot het zoveel per mogelijk omgaand verstrekken van de gewenste feitelijke informatie.

Rechtspraak bij dit artikel