Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Samenstelling.

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2010

De raadscommissie Processturing en Algemene Zaken bestaat uit één vast lid per fractie, zijnde de fractievoorzitter en één aanvullend lid ten behoeve voor artikel 2, a rubriek financiën. De voorzitter van de raad is aanwezig bij de raadscommissie ten behoeve voor artikel 2 a rubriek agendacommissie. De raadscommissie Ruimte en de raadscommissie Samenleving bestaat ieder uit maximaal 22 leden, het gezamenlijk totaal van de twee raadscommissies bedraagt echter niet meer dan 42 leden. Elke fractie mag twee maal zoveel leden voordragen als dat de fractie zetels in de raad heeft. Binnen dit maximum is de fractie vrij om te bepalen of de plaats wordt bezet door een raadlid dan wel niet-raadslid. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Een aanvullend lid zoals bedoeld in lid 1 a en een lid als bedoeld in lid 1 b kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie, met dien verstande dat in afwijking van artikel 14 van de Gemeentewet het commissielid niet zijnde raadslid de eed of belofte ook bij de voorzitter van de gemeenteraad kan afleggen buiten de vergadering. De in het eerste lid onder b en c genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de fractie. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie een plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid a, b en c. Het plaatsvervangend lid voor het vaste lid van de raadscommissie Processturing en Algemene Zaken is raadslid. Het plaatsvervangend lid voor het aanvullende lid aan de raadscommissie Processturing en Algemene Zaken en het plaatsvervangend lid van de raadscommissies Ruimte en Samenleving voldoen aan de in artikel 4 derde lid, genoemde vereisten. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 derde lid kan de raad buitengewone leden benoemen, met dien verstande dat een fractie maximaal zes keer in de totale raadsperiode een buitengewoon lid mag voordragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel