Naar hoofdinhoud
1.. De vergaderingen van de vertrouwenscommissie zijn besloten. Alle beraadslagingen en stukken van de vertrouwenscommissie zijn geheim. Dit wordt op alle pagina’s van de stukken vermeld. 2.. De (fungerend) voorzitter van de vertrouwenscommissie wijst bij de benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht, die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de Gemeentewet. 3.. De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden, die geen zitting (meer) hebben in de vertrouwenscommissie, geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek wordt verstrekt. 4.. De vertrouwenscommissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede lid, en 14 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling van plaats en tijdstip van de gesprekken. 5.. De vertrouwenscommissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de Gemeentewet verplicht respectievelijk zullen de geheimhouding waartoe het tweede lid van dit artikel verplicht, niet opheffen. 6.. De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de vertrouwenscommissie van kracht. 7.. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en de adviseurs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel