Naar hoofdinhoud
1.. Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij vastgoedtransacties die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben: hoge mate van financiële complexiteit behorend tot de in artikel 4 lid 1a en artikel 5 lid 1a van deze beleidslijn genoemde risicocategorieën hoge mate van complexiteit met betrokking tot de bedrijfsstructuur exceptioneel financieel risico voor de gemeente 2.. Naast het onder lid 1 genoemde vindt uitvoering van de Bibob-toets in beginsel ook plaats plaats als: er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob, die een aanleiding vormen om een vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob; bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau Bibob blijkt, dat tegen de betrokkene, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob. 3.. Bij de start van de onderhandelingen daartoe, zal het bestuursorgaan de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In het kader van de transactie te sluiten overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel