1.Het college biedt de raad jaarlijks, bij de behandeling van de begroting, een paragraaf
grondbeleid aan. In deze paragraaf wordt in ieder geval ingegaan op:
a.de visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de
programma’s die zijn opgenomen in de gemeentelijke meerjarenbegroting; hierin komt het instrumentele karakter van het grondbeleid tot uitdrukking;
een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie
een onderbouwing van de geraamde winstneming;
beleidsuitgangspunten omtrent reserves voor grondexploitatie in relatie tot de risico’s die
daaraan verbonden zijn.
In de paragraaf grondbeleid in het jaarverslag wordt gerapporteerd over de in de begroting
aangegeven onderwerpen. De paragraaf grondbeleid is geen middel om wijzigingen in het grondbeleid aan de raad voor te leggen. Deze wijzigingen zullen altijd separaat aan de raad worden voorgelegd.
Jaarlijks biedt het college de raad de nota MPG ter vaststelling aan. Het MPG geeft informatie over de actuele voortgang van de grondexploitaties. In het MPG wordt teruggekeken op het afgelopen jaar en vooruitgekeken naar de komende jaren. De te verwachten ontwikkelingen worden financieel vertaald. Tevens wordt een inschatting gemaakt van de risico’s.
Bij de tussentijdse informatievoorziening biedt het college de raad een rapportage Grondbedrijf aan.
Tenminste één keer per raadsperiode stelt de raad een nota Grondbeleid en een nota Financiële kaderstelling Grondbedrijf (Uitvoeringskader) vast. Dit uitvoeringskader bevat in ieder geval nadere bepalingen voor:
de begroting, nota MPG, tussentijdse informatievoorziening en de jaarrekening;
de financiële organisatie van het Grondbedrijf;
het instellen, samenvoegen, splitsen of opheffen en waardering van (sub)complexen en
de inrichting van de exploitatiebegroting per (sub)complex;
-de financiering van het Grondbedrijf.