**1..** Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over niet-geagendeerde onderwerpen bij het agendapunt Vragenhalfuurtje burgers. Raadsleden kunnen op het ingebrachte hun reactie geven.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden:
**a..** over een besluit van het gemeentebestuur waartegen een bezwaar en/of beroepschrift is ingediend of de rechter om een uitspraak is gevraagd en de uitspraak nog niet onherroepelijk is geworden;
**b..** over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5..** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 2.
Artikel 19.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad