Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 22

Aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen Rijswijk 2017

Een jongere van 18, 19 of 20 jaar heeft alleen recht op bijzondere bijstand voor zover de bestaanskosten uitgaan boven de bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken. De aanvullende bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen de norm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder en de norm voor een alleenstaande van 18, 19 of 20 jaar als bedoeld in artikel 21 van de wet. In geval van gehuwden die beide jonger zijn dan 21 jaar wordt de hoogte van de bijzondere bijstand gerelateerd aan de norm voor gehuwden waarvan 1 persoon jonger is dan 21 jaar. 3.Als een jongere van 18, 19 of 20 in een inrichting verblijft en geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn of de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, dan draagt de hoogte van de bijzondere bijstand het bedrag van de norm uit artikel 20 lid 1 onder a, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel