Naar hoofdinhoud
1.. Voor individuele bijzondere kosten is de toegang gesteld op een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm met inachtneming van de vermogensvrijlating in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.. In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de individuele bijzondere kosten gesteld op een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm en wordt het vermogen in zijn geheel in aanmerking genomen: kosten woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen, zoals bedoeld in artikel 10; kosten babyuitzet , zoals bedoeld in artikel 11; kosten in verband met verhuizing, zoals bedoeld in artikel 12. 3.. In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de minimaregelingen gesteld op een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm met inachtneming van de vermogensvrijlating in artikel 34 lid 3 van de wet. 4.. Voor alleenstaande ouders die tot en met 31 december 2016 gebruik hebben gemaakt van de minimaregelingen én van wie het inkomen per 1 januari 2017 onveranderd niet hoger is dan 90% van de gehuwdennorm, geldt een overgangsperiode van een jaar voor het gebruik van de minimaregelingen. 5.. In afwijking van het eerste lid is de toegang voor de toeslag aanvulling levensonderhoud jongeren 18 tot en met 20 jaar gesteld op 100% van de bijstandsnorm. Bovendien worden op deze bijzondere bijstand inkomsten in mindering gebracht. Het vermogen boven de vermogensgrens op grond van artikel 34 lid 3 van de wet wordt in zijn geheel in aanmerking genomen als draagkracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel